Ik wil naar de zee maar ik zit in de jungle, ik wil dansen maar mijn voet doet zeer, ik  wil samenzijn met die leuke man die ik tegen ben gekomen op Caye Caulker maar ik zit in mijn upje in Guatemala, ik..

Ik zit in een lichtelijke reisdip en ik neem je graag mee in mijn ellende. Zwelg je mee?

Ik ben alles even zat. Ik wil geen kamers delen met mensen die snurken en scheten laten tijdens die (of welke andere dan ook) activiteit, ik wil geen dak boven mijn hoofd die lekt (‘ja maar normaal regent het nooit vanuit die windrichting’). Ik wil de Guatemalteekse buurman niet horen rochelen als ik net wakker word.

Caye Caulker, Belize

Ik ga nog even door.
(jij knikt begrijpend en reikt me chocola aan)

Ik wil de behaarde bungelende balzak van mijn tijdelijke kamergenoot niet zien als hij zich omdraait in bed.

Ik wil geen geld betalen voor een smerige WC waar geen WC papier is. Ik wil niet dat mijn hele lijf er door muggenbeten uitziet alsof ik dik aan de drugsspuiten zit (ik heb wondjes en alles. Rot op). Ik..

Ik mis thuis eventjes. Heel hard.

Ik mis de flauwe grapjes van mijn ouders, het voeten kriebelen met mijn bestie Sander, het chillen met biertjes op de boot van Jos, de diepe filosofische gesprekken met Mies, het gegier met collega’s, de dansjes in foute bruine kroegen in Amsterdam. Ik mis een kaiserbolletje met oude kaas, ik mis mijn altijd warme (zonder bang te zijn voor elektrische schokken) douche.

Ik mis thuis. En Caye Caulker.

I know, het hoort er allemaal bij. Ik ben nu vier maanden onderweg en het is vier maanden fantastisch geweest (- tot nu toe heb ik me ook nog niet eerder aan bungelende balzakken gestoord, hoewel ik er nooit echt een fan van ben geweest. Maar dat terzijde).

Het kan niet elke dag feest zijn.
De mooie romance in Belize was dat wel, en omdat ik dat nu mis en weer heu-le-maal alleen ben (chocola, graag!) kijk ik nu even niet door een roze, maar door een pruillipbril.  

 

Caye Caulker, you stole my heart

 

Nee, ik wil geen Grenzeloos Verliefd filmmateriaal worden, dus nee, ik ga niet terug om hem weer te zien. Het is goed zo, echt (klink ik al overtuigd?). Ik ben heel dankbaar voor wat ik met hem mee heb mogen maken maar stiekem, heel stiekem (oké dat valt wel mee want jij leest dit nu), stiekem mis ik hem, en daarbij denk ik gewoon eventjes alles wat vertrouwd voelt.

Dus ja, wat kan ik eraan doen?

 

Ik streel zachtjes over mijn vol-met-liefde-maar-toch-gekneusde-hart, ik sleep mezelf naar de jungle hier in Tikal en merk dat datzelfde pijnlijke hart gelukkig ook heus nog fijne sprongetjes maakt bij het zien van al dat moois. Het is tijd om mijn blije bril weer op te gaan zetten.  Ik heb de afgelopen paar dagen in zelfmedelijden van mijn privékamer mogen genieten, maar zal me zometeen toch weer onder mijn snurkende, al dan niet harige medemens gaan begeven.

Dag Caye Caulker. Thanks for the good memories 🙂

Bedankt mooie man, voor alles. Fijn om te weten dat ik nog steeds door een roze bril durf te kijken. Ik had er niets van willen missen. Maar nu mis ik jou. Oké doei.

Liefs, Tunteya