Ken je dat? Dat er soms iemand je pad kruist, heel even maar, maar dat diegene een enorme indruk op je maakt? Iemand die een soort golf van liefde, inspiratie, hoop, ontroering, geluk in je hart achterlaat, en waar je zo nu en dan aan terugdenkt?

Ik ken dat.

Ik heb van begin mei tot begin september in Perth gewerkt in de zorg, ik heb gewoond in een fantastisch hostel met hele mooie mensen, en heb daarna 2.5 week met mijn Belgische maatje Tim gereisd. De westkust verkenden we (globale route Perth – Exmouth – Karijini – Perth), bewapend met zijn auto, een tentje, gaspitjes en veel blikvoer. Back to basic kamperen werd het, meestal op gratis plekken (lees: een stuk rood zand tussen de bush, vaak geen toilet niets, met regelmatig een vliegennet om ons hoofd – tegen, jawel, de hordes vliegen die anders in je neus en mond willen zitten), hier een daar een beetje illegaal douchen.. En ondertussen snorkelen in turkooizen zeeën (ik zag een mini-octopus!), klauteren over oranjerode stenen (mijn schoenen hebben nog steeds een oranje laag stof). En we hebben emu’s, kangaroos (zowel dood langs de weg als levend), pelikanen en heel veel kaketoes gezien, we hebben gezwommen in lagoons en natural pools, urenlange wandelingen gemaakt door valleien, en een roze zoutmeer, oneindige bushlands en fonkelende sterrenhemels en nog veel meer mogen bewonderen. Geweldig.

Ze intrigeerde me meteen. Een stralende glimlach, volwassen, wijs en bescheiden in alles wat ze vertelde, maar met de twinkeling van een klein verwonderd meisje in haar ogen. En o ja. Ze had een roze opgevouwen wandelstok aan haar tas.

Waar ik het meest van genoot waren de fijne gesprekken, de gitaarsessies bij een kampvuurtje onder de volle maan en verder alleen maar donkerte en stilte, het zingen in de auto, en de mooie ontmoetingen die ontstonden op de meest onverwachte momenten. Zo hebben we twee keer achter elkaar een klapband gehad, bleken er vijf mensen van ons hostel uit Perth in de buurt te zijn die ons konden helpen, en vonden we nog een oude in een bus wonende hippie (met wie we biertjes dronken nog voor het middag was) die nog wel een reservebandje voor ons had. Samen koken met een aantal gezellige Belgen, wijntjes drinken met een Australisch hostelmaatje die met zijn vader en neefje aan het reizen was, kletsen met wat dorpsbewoners, nog meer goeie gesprekken en lol met Tim.. Ik hou ervan.

De bijzondere jongedame en ik kletsten honderduit. Over de liefde. Gezondheid. Wilskracht. Pijn om kunnen zetten in kracht. Ego. Je eigen gedachtes observeren. Ik had een zielsmaatje gevonden, al was het maar voor een avond, en hoe meer ik van haar zag hoe meer ik haar waardeerde.

Toch eiste het kamperen op een gegeven moment zijn tol wat betreft mijn gezondheid. Het luchtbed raakte lek, dus de laatste vijf dagen van onze reis lagen we, afgezien van wat matjes, zo goed als op de grond. De dorpjes waar we kwamen verkochten geen luchtbedden – we waren al blij als we er konden tanken. Ook maakten we lange dagen in de auto. Mijn reuma riep steeds harder dat ik hier niet mee door moest gaan; Inmiddels sliep ik maximaal vier uur per nacht en moest ik soms bijna overgeven van de pijn. Ik wilde het liefst doorzetten, meer zien, meer doen, en ook mijn reismaatje niet teleurstellen, maar dat zou in geen geval goed uitpakken.

We besloten drie dagen eerder dan gepland terug te gaan naar Perth. Hier heb ik meer dan een week nodig gehad om fysiek bij te komen. Een privékamer wilde ik, met als hoogtepunt van de dag naar de koffiebar op de hoek van de straat, en dan weer terug naar bed. Tim zorgde ondertussen goed voor me, superlief. Het beetje energie dat ik had ging naar de pijn, en ik kon niets anders doen dan het zo laten zijn. Maar alles bij elkaar vond ik het dealen met mijn reuma moeilijker dan ik wilde toegeven.

Ze bleek fysiek behoorlijk ziek te zijn. Ik wist dit niet, tot ze die ene avond dat ik haar ontmoette een epileptische aanval kreeg, en we erna praatten over haar gezondheid. Ik vind het niet aan mij om hier verder over uit te breiden, maar ik kan je vertellen; je gelooft bijna niet dat na alle pijn die zij heeft doorstaan (zowel fysiek als wat het mentaal met je kan doen) mogelijk is om zo bruisend, energiek, liefdevol in het leven te staan zoals zij dat doet.

Eind september vloog ik naar Adelaide, Zuid-Australië. Na een aantal dagen nam ik de boot naar Kangaroo Island, omdat ik hier als dienstmeisje / restaurantmedewerker in een hotel kon beginnen. Mijn gevoelens zijn eerlijk gezegd all over the place. Ik loop soms vast in wat goed voor me is; mijn reuma protesteert met vlagen enorm. Ik vind het leuk om iets anders dan werken in de zorg te proberen, ik vind het fijn om weer wat geld te verdienen, ik geniet van de natuur en de mensen en de dieren en de stilte op dit eiland. Maar ook ervaar ik prestatiedrang (naar een ander, naar mezelf) en weet ik niet zo goed wat ik qua ander werk zou kunnen doen. Ik voel me soms bang voor de toekomst, ben onzeker over wat mijn reuma kan betekenen op gezondheids-, woon-, werk-, reis- en relatiegebied.

De manier waarop zij praatte over het leven; als een geschenk, als iets waar ziekte je dichter bij jezelf kan brengen, als waar je leert hoe je naar je eigen hart moet blijven luisteren, als hoe je ja mag zeggen tegen hulp zonder daardoor minder waardig te zijn, als hoe je een bron van liefde in andermans leven kunt zijn, als waar je je eigen grenzen opzoekt en exploreert, als waar je je dromen alsnog uit kunt laten komen.

Ik adem in, ik adem uit. Ik besef me dat ik heel streng voor mezelf ben, en van alles van mezelf moet. Ik ‘moet’ nu antwoorden hebben, ik ‘moet’ nu beslissen wat ik doe, ik ‘moet’ alles alleen doen.

Ik denk deze weken met regelmaat terug aan mijn ontmoeting met deze bijzondere jonge vrouw. Die haar eigen ziekte probeert te omarmen, met alles wat daarbij komt kijken, en ondertussen alsnog de wereld rondreist met haar partner, zij het met aanpassingen – en haar roze wandelstok.

Als ik in eenzelfde situatie naar de jongedame zou kijken, zou ik begripvol knikken als ze zou zeggen dat ze soms om hulp vraagt, dat ze zichzelf toestaat om verdrietig te zijn door de fysieke belemmeringen die ze ervaart. Ik zou begrijpen dat ze soms stopt met wat ze doet, om haar lichaam de rust te geven die het nodig heeft, zodat ze daarna weer meer energie heeft voor andere dingen.

Dat ze op momenten als deze graag de natuur in gaat om weer in het hier en nu te komen, of juist met compassie naar zichzelf kijkt als ze besluit onder een dekentje te kruipen en te cocoonen. De jongedame herinnert me eraan om naar mezelf te luisteren alsof ik een vriendin hoor. Ze herinnert me om mijn reuma niet als vijand te zien, maar als boodschapper. Om liefdevol te zijn. Om te zijn.

Ken je dat? Dat er soms iemand je pad kruist, heel even maar, maar dat diegene een enorme indruk op je maakt? Iemand die een soort golf van liefde, inspiratie, hoop, ontroering, geluk in je hart achterlaat, en waar je zo nu en dan aan terugdenkt?

Ik ken haar.

Ik kies ervoor om oktober aan te kijken hier op het eiland, in het hotel. Ik ben te nieuwsgierig naar nieuwe dingen leren hier. Ik heb met de manager gepraat en ik krijg aangepaste diensten. De bewijsdrang naar anderen is naar de achtergrond, de compassie naar mezelf staat op de voorgrond. Ik creër meer balans, ik neem mijn rust, ik zorg voor mezelf. Wat ook betekent dat als ik eind oktober voel dat dit niet goed voor me is, ik naar iets anders ga zoeken. Voor nu ben ik blij dat ik de rust en de natuur van het eiland om me heen heb.

Mocht ik ooit een wandelstok nodig hebben, dan neem ik er eentje die niet grijs is – als ode aan deze jonge vrouw. Als reminder om zelf te zorgen voor de kleur in het leven, wat het je ook brengt.

Liefs, Tunteya